Wormer

Monique Mooren

Ik denk dat ik niet anders kan al zou ik heel soms voor een dagje willen ruilen.

Ik werk vanuit mijn hart. Open en eerlijk. Eerst als leerkracht en nu al vele jaren als kinder- en jongerentherapeute. Kinderen zijn gewoon zichzelf en (misschien wel daardoor) makkelijk om van te houden. Die kijken me aan met een open blik en dan weet ik dat er ruimte is. Ruimte om te verbinden, met zichzelf en de ander.
Dat is wat ik doe. Met kinderen, met jongeren en met ouders.

Als je een verlies meemaakt, kun je ook jezelf verliezen. Door het voelen van rouw, of juist door helemaal niets te voelen, verlies je soms de verbinding met jezelf.
En zo leerde ik, tijdens mijn eigen zoektocht in rouw, de vinger (en soms mijn handen) op de zere plek te leggen.
De dood bleek als een rode draad door mijn leven te lopen. Niet alleen in de herinnering aan mijn overleden man, de vader van onze kinderen, maar ook in vele andere momenten in mijn leven.
Al gaat rouw niet alleen over de dood. Rouw is veel meer dan dat. Met iedere keer opnieuw het diepe besef dat het nooit meer wordt zoals het was.
Maar zoals het is, hier op dit moment, is het leven best aangenaam.

Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is. (K. Schippers)

Van binnen is iedereen gekleurd. Gekleurd door ervaring, beleving, stemming en emotie. Kleuren die in eerste instantie meestal niet zichtbaar zijn voor een ander.
Tijdens mijn eigen zoektocht in rouw, voelde ik me vaak alleen. Ik leek wel onzichtbaar voor de ander terwijl er van binnen zoveel gebeurde. Als kleuren die door mij heen stroomden, terwijl anderen dit niet konden zien. Onwetend van mijn binnenkant.
Aan de buitenkant was ik sterk. Mensen zeiden dat ook terwijl ik dat helemaal niet zo voelde. Ik had geen keuze. Ik was thuis opeens de enige ouder, de probleemoplosser van alles, de ‘eindbaas’. En ik voelde me ontzettend kwetsbaar.
En dat terwijl het tegelijkertijd zo fijn was als ik iets van herkenning zag bij de ander. Dat was soms slechts een blik of een traagheid die paste bij de zwaarte van rouw. Dat voelde vertrouwd en dan herkende ik mijn eigen kleur van rouw in de ander.
Later leerde ik mijn ‘sterk zijn’ om te zetten in kracht. Dat lukte mij m.b.v. massagetherapie. Ik leerde weer voelen wat er onder het ‘sterk zijn’ gevoeld wilde worden. De kwetsbaarheid in mij kreeg ruimte en er ontstond een nieuwe balans.

Mijn praktijk

In mijn praktijk zie ik regelmatig kinderen en jongeren die te maken hebben met rouw. Steeds vaker ook moeders. Rouw over het (soms naderende) verlies van iemand die je dierbaar is. Samen bekijken we wat er nodig is voor jou, of voor jouw kind. Er moet niets, er mag van alles.
Verlies is onlosmakelijk verbonden met dat wat voelbaar is in je lichaam. Bewust of onbewust. Daarom kijken we ook naar dat wat jouw lichaam je vertelt. In de praktijk besteden we daar aandacht aan door stil te staan bij wat je voelt en misschien zelfs al weet. Dat is de wijsheid van je lichaam. Ik help je dit te herkennen zodat je (opnieuw) leert luisteren naar jezelf.

‘Bij jou is ruimte voor alles. Jij bent vrij van ‘hoe het hoort’. Krachtig en kwetsbaar tegelijk. Daardoor durf ik bij jou mezelf te laten zien.’